Een doordeweekse ochtend, kwart over zes.
Ik ben vroeg, altijd geweest, dat zit in het plannerswerk. Dus voordat het huis wakker is zit ik aan de keukentafel met koffie, en daar hoort de fles bij. Een druppel of twee onder de tong, even laten liggen, doorslikken. Niet omdat er dan iets moet gebeuren, dat mag ik niet zeggen en ik weet het ook niet, maar omdat ik daar toch al stil zit en het zo meteen gebeurd is.
De smaak is een ding op zich. Nootachtig, grondig, met een bittertje dat blijft plakken. Alsof je aan een oude plank likt, zei ik een keer tegen Marja, en die vond dat geen sterke reclame. Puur is het geen feest. Ik roer het weleens door de yoghurt of neem het van een lepel honing, puur om die bitter te temmen.
En dan de pipet. Elke fabrikant belooft nette druppels en elke pipet doet precies wat hij zelf wil: eentje te veel, of hij slurpt de helft terug de fles in. Ik knijp inmiddels als een mijnenopruimer. Zachtjes, wachten, tellen. Meer valt er niet over te zeggen.
Wil je hier dieper over praten, of twijfel je tussen twee flesjes? Bel of mail me, dat kost je niets. Ik verkoop je niks, ik denk met je mee.
